“Als je maar niet zo’n aansteller wordt als hij.” Die ene zin is me altijd bijgebleven. Ik was veertien toen ik beelden zag van een coutureshow van Frank Govers. Ik voelde het meteen: dát wil ik ook. In mijn enthousiasme sprak ik het hardop uit. De reactie van mijn vader kwam snel en onverwacht hard binnen. Ik zei niets terug, maar ergens bleef het hangen.
Ik snap nu beter waar het vandaan kwam. Ik groeide op in een boerengezin, nuchter en christelijk opgevoed. Hard werken, niet opvallen, gewoon meedoen. En ik was anders. In plaats van in verzet te gaan, leerde ik me aanpassen. Dat heeft me ver gebracht, maar het heeft me ook klein gehouden. Het oordeel uit mijn jeugd werd een onzichtbare rem.
Flamboyant, uitgesproken en compromisloos.
Onlangs stond ik in het Stadsmuseum in Veenendaal oog in oog met een portret van Frank Govers. Tegelijk verscheen op social media een herinnering: tien jaar geleden bezocht ik al eens een tentoonstelling van hem. Het voelde bijna symbolisch. Govers was een pionier van de Nederlandse haute couture. Flamboyant, uitgesproken en compromisloos. Dat zag je in zijn werk: rijke stoffen, gedurfde kleuren en overdaad die juist kracht uitstraalde. Hij inspireerde generaties ontwerpers, ook al kreeg hij niet altijd erkenning.
In Nederland blijft couture een niche. Waar in het buitenland modeweken worden ondersteund en shows groots worden aangepakt, moet je hier vaak zelf je weg vinden. Govers vertelde ooit dat hij zijn couture kon blijven maken dankzij trouwe klanten, maar dat hij daarnaast andere opdrachten nodig had om zijn bedrijf draaiende te houden. Die realiteit herken ik.
Terug in het museum hoorde ik opnieuw die stem van vroeger. Maar dit keer kwam er iets bij: het besef dat ik mezelf jarenlang heb afgeremd. Dat veilige meebewegen gaf stabiliteit, maar niet de ruimte om echt te laten zien wie ik ben.
Voor mij moet kleding kloppen.
Toch zit er ook kracht in mijn achtergrond. Voor mij moet kleding kloppen. Mooie materialen, goede pasvorm, comfort en kwaliteit. Geen snelle trends, maar stukken die blijven. Juist nu steeds meer mensen genoeg hebben van wegwerpmode, merk ik dat die visie wordt gewaardeerd. Dat praktische denken neem ik ook mee in mijn werk als docent, waar ik studenten leer slim te ontwerpen en bewuste keuzes te maken.
Maar het flamboyante in mij is nooit verdwenen. Het borrelt. Ik zie het terug in mijn kleurgebruik, in luxere materialen en in het verlangen om meer te laten zien. Ik heb ooit een kleine presentatie gedaan en wilde in 2019 een grotere show organiseren. Dat ging niet door. Daarna kwam corona. En nu? Nu begint het weer te kriebelen.
De ideeën zijn er. De materialen liggen klaar. Dus begin ik daar: Maken. Ontwikkelen. Durven. De rest volgt wel. En ergens hoop ik dat mijn vader, waar hij ook is, uiteindelijk ziet hoe ik het neerzet.
Nieuwsgierig naar wat er ontstaat?
Ik neem je de komende tijd mee in mijn proces: van idee tot ontwerp. Volg me hier of op social media en blijf op de hoogte van wat er komt.
Mooi geschreven Chris!
Het mooie van werken in de mode is dat je mag zijn wie je bent. Dat je, je kan uiten middels kleur, stijl, en visie.
Dankjewel Arianne. Helemaal mee eens.
Heel herkenbaar!
Dankjewel Martin. Goed om te horen.
Wat een verfijnde kleurrijke tekst.
Dat belooft wat…
Fijn om te horen Hein.
Lotte Roelofs reposted this on LinkedIn
Dankjewel Lotte, heel attent van je.